Aanpassing van de kinderbijslag voor werknemers en personen met een handicap (1 juni 2003)

Ingevolge het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63, KBW (invoering van een nieuw systeem voor de toekenning van de bijkomende bijslagen voor gehandicapten), zijn de bedragen van de kinderbijslag en het kraamgeld tegen de spilindex 109,45 (basis 1996=100) als volgt vastgesteld:

I. BASISKINDERBIJSLAGEN

Bedragen per maand

1) Gewone kinderbijslag

 

EUR

1ste kind 72,61
2de kind 134,35
3de kind en elk volgende 200,59

2) Kinderbijslag voor wezen (art. 50bis, KBW)
(Het weeskind waarvan de overlevende ouder hertrouwd is of een huishouden heeft gevormd, geniet de gewone kinderbijslag)

per weeskind

278,93

3) Forfaitaire kinderbijslag voor het enig of van eerste rang gehandicapt kind dat vóór 1 juli 1966 geworden werd, wees (art. 50bis, KBW) of afhangende van een invalide rechthebbende (art. 50ter, KBW)

 

92,71

Het gehandicapt kind dat geboren werd vóór 1 juli 1966 en deel uitmaakt van een gezin dat meerdere rechtgevende kinderen telt of afhangt van een actieve werknemer, een werkloze of een gepensioneerde, heeft recht op kinderbijslag aan de gewone schaal (zie I,1))

II. SUPPLEMENTEN

1. Supplementen voor kinderen van invalide werknemers (art. 50ter, KBW) 
(Het weeskind waarvan de overlevende ouder hertrouwd is of een huishouden heeft gevormd, geniet de gewone kinderbijslag)
(Om van de verhoogde schaal te genieten, moeten enkele voorwaarden inzake kinderlast, gezinsinkomen en beroepsactiviteit vervuld worden. Indien aan deze voorwaarden niet is voldaan, wordt de kinderbijslag aan de gewone schaal uitbetaald)

1ste kind 79,53
2de kind 22,91
3de kind en elk volgende 4,02

2) Supplementen voor voor kinderen van werklozen van meer dan zes maanden en van gepensioneerden (art. 42bis, KBW)
(Om van de verhoogde schaal te genieten, moeten enkele voorwaarden inzake kinderlast, gezinsinkomen en beroepsactiviteit vervuld worden. Indien aan deze voorwaarden niet is voldaan, wordt de kinderbijslag aan de gewone schaal uitbetaald)

1ste kind 36,96
2de kind 22,91
3de kind en elk volgende 4,02

3) Bijkomende bijslag voor gehandicapte kinderen van minder dan 21 jaar

Oud systeem

per gehandicapt kind :

Zelfredzaamheidsgraad
0-3 punten

326,65

4-6 punten

357,56

7-9 punten

382,23

Nieuw systeem

per gehandicapt kind :

ernst van de gevolgen van de aandoeningen
6-8 punten 63,67
9-11 punten 159,18
12-14 punten 265,30
15-17 punten 371,42
18-20 punten 397,95
+ 20 punten 424,48

4. Leeftijdsbijslagen :

Kinderen geboren na 31 december 1990

Eerste rang van de gewone schaal (niet-gehandicapte kinderen)

 

EUR

Kind van 6 tot 12 jaar 12,65
Kind van 12 tot 18 jaar (voor de eerste maal van toepassing vanaf 1 januari 2003) 19.26
Kind boven de 18 jaar (voor de eerste maal van toepassing vanaf 1 januari 2009) 22,20
Kind geboren tussen 1 januari 1991 en 31 december 1996 dat EERSTE RANG wordt ter vervanging van een rechtgevende op leeftijdsbijslag, vanaf 6 jaar tot minder dan 18 jaar 25,22
Kind geboren tussen 1 januari 1991 en 31 december 1996 dat EERSTE RANG wordt ter vervanging van een rechtgevende op leeftijdsbijslag, vanaf 18 jaar (voor de eerste maal van toepassing vanaf 1 januari 2009) 27,09

Andere kinderen (gehandicapte kinderen inbegrepen)

Kind van 6 tot 12 jaar 25,22
Kind van 12 tot 18 jaar (voor de eerste maal van toepassing vanaf 1 januari 2003) 38,54
Kind boven de 18 jaar (voor de eerste maal van toepassing vanaf 1 januari 2009) 49,01

Kinderen geboren vóór 1 januari 1991

Eerste rang van de gewone schaal (niet-gehandicapte kinderen)

Kind geboren tussen 1 januari 1985 en 31 december 1990, jonger dan 18 jaar 25,22
Kind geboren tussen 1 januari 1985 en 31 december 1990, vanaf 18 jaar (voor de eerste maal van toepassing vanaf 1 januari 2003) 27,09
Kind geboren tussen 1 januari 1981 en 31 december 1984, vanaf 18 jaar 40,41
Kind geboren vóór 1 januari 1981 (inclusief de gehandicapten van + 25 jaar) 42,53

Andere kinderen (gehandicapte kinderen van - 21 jaar inbegrepen)

Kind van 6 tot 12 jaar 25,22
Kind van 12 tot 18 jaar 38,54
Kind boven de 18 jaar 49,01

Gehandicapten die vóór 1 juli 1966 geboren zijn, wezen (art.50bis) of afhangende van een invalide rechthebbende (art.50ter)

  29,87

III. Kraamgeld :

  EUR
1ste geboorte 983,68
2de geboorte en elk volgende 740,10
elk kind uit een meerlingenzwangerschap 983,68

Opmerking : het kraamgeld kan aangevraagd worden vanaf de zesde maand van de zwangerschap; de uitbetaling ervan kan worden bekomen twee maanden voor de vermoedelijke geboortedatum.

IV. Adoptiepremie :

  EUR
per geadopteerd kind 983,68

V. GRENSBEDRAGEN VOOR DE INKOMSTEN OF SOCIALE UITKERINGEN

1. Grensbedragen voor het rechtgevend kind

Bedrag van het loon of de sociale uitkering waarboven de betrokkene rechtgevenden niet langer recht hebben op kinderbijslag

Per maand

416,47

Zijn betrokken

De jongeren met een leerovereenkomst

Per maand

416,47

De werkzoekende die een winstgevende activiteit uitoefent of een sociale uitkering ontvangt

Per maand

416,47

De rechtgevende die niet langer onderworpen is aan de leerplicht en één van de types van secundair onderwijs met beperkt leerplan volgt die georganiseerd worden volgens de door de gemeenschappen bepaalde normen en daarnaast een winstgevende activiteit uitoefent of een sociale uitkering ontvangt

Per maand

416,47

De student die een bezoldigde stage verricht waarvan het volbrengen een voorwaarde is tot het verkrijgen van een wettelijk gereglementeerd diploma, getuigschrift of brevet.

Per maand

416,47

2. Grensbedragen voor de rechthebbende

Bedrag van het loon of de ervan afgeleide sociale uitkering verbonden aan de hoedanigheid van rechthebbende met personen ten laste :

Per maand

239,46

Bedrag van de vervangingsinkomens waarboven geen verhoogde kinderbijslag meer verleend wordt :

Dagelijks maximumbedrag 59,54
Maandelijks maximumbedrag

1.607,58

VI. HOOFDELIJKE BEDRAGEN

Per dag 6,55
Per maand 137,58

Laatste wijziging : 13/05/2003